Tijdens de openingsceremonie op 29 januari 1964 draagt Ard Schenk de Nederlandse Vlag maar later zou een andere Nederlander onverwachts schaatssucces boeken.
Uniek
De Olympische Spelen van Innsbruck waren uniek omdat ijsstokschieten een demonstratiesport was maar ook omdat er voor het eerst gebruik werd gemaakt van de computer. Op deze manier konden de uitslagen sneller bekend worden gemaakt.
Voor Nederland waren de Spelen vooral uniek vanwege de prestaties.
Nederlands succes bij het schaatsen: Kees Verkerk
Bij het schaatsen voor vrouwen won Lidija Skoblikova alle vier de onderdelen. Nederland had bij de vrouwen geen schijn van kans: Willy de Beer had met een 16e plaats op de 1500 meter de beste prestatie in handen.
Bij de mannen was er wel écht succes. Onverwachts won Kees Verkerk een zilveren medaille op de 1500 meter. Als hij 0,3 seconde sneller was geweest dan had de gouden medaille zelfs van hem geweest. Helaas lukt het hem net niet om Ants Antson (Антс Антсон) uit de Sovjet Unie te verslaan.
De eerste Nederlandse gouden medaille óóit: Sjoukje Dijkstra
Zo onzeker als de Spelen leken door een gebrek aan sneeuw, zo zeker was de overwinning van Sjoukje Dijkstra. Terwijl het Oostenrijkse leger de bergen in moest om blokken ijs en sneeuw naar beneden te brengen (voor de skipistes en de bobsleebaan), wist Dijkstra dat ze grote kansen had.
Na haar zilveren medaille op de vorige Olympische Spelen was het nu tijd voor het hoogtepunt van haar carrière. En dat lukte met overtuiging! De eerste Nederlandse gouden medaille op de Olympische winterspelen was een feit. In totaal zou zij uiteindelijk 5 Europese en 3 wereldtitels halen.